theoart

Galerie Paterswolde 2017


Allemaal beestjes


GENEGENHEID

Bij Mřhlmann loopt nu de expositie ‘Stapel op vee’ en volgende week opent in Roden bij K38 de tentoonstelling ‘In de ban van het beest’.

Toen ik de titel van deze expositie ‘Allemaal beestjes’ hoorde, moest ik in eerste instantie niet denken aan schaap, poes of hond. Ook niet aan drie honden of koeien en paarden.
Ik dacht aan Dorus met zijn ‘er zitten twee motten in mijn ouwe jas’........... En ook aan Ronnie en de Ronnies met hun dronkemanslied. Ik tilde een steen op en zag het krioelen van de pissebedden, kevertjes en duizendpoten: ‘Allemaal beestjes’!
In de krant kwam ik het Tullymonster tegen: een dier dat alleen nog bestaat als fossiel. Een soort pantoffelachtig beest ter grootte van een kat met een slurf die uitloopt in een soort combinatietangachtig drakenkopje. Boven zijn buik zit -als een vlinderdasje- een dwars stokje met op beide einden een oog.
Hoewel vissen niet meteen ‘allemaal beestjes’ waren, kwam ik de zaklampvissen tegen die dat volgens mij direct weer wel waren.
En de breedbeenjuffermannetjes die ooit –zo’n 100 miljoen jaar geleden- tijdens het paren verrast werden door een grote druppel hars waardoor ze nu -gestold in een stuk barnsteen- zijn teruggevonden, zijn beslist allemaal beestjes. Ook hun gedrag, de mannetjes maken het vrouwtje het hof door heftig met hun extra brede gestreepte onderpoten te zwaaien, én het feit dat ze uitgestorven zijn en nu vastzitten in hun gestolde baltspositie, maakt ze tot ‘allemaal beestjes’.
Soms, als ik een map opendoe, kom ik zilvervisjes of papiervisjes tegen en huiverig voel ik mij geconfronteerd met ‘allemaal beestjes’. Unheimisch en een beetje vies, ook meestal onbenoembaar, onbekend: Ik voel géén genegenheid.
Hero en een ijsvogel zijn niet ‘allemaal beestjes’, dát is een avonturier die een vreemde snuiter tegenkomt. Ook als Hero met soortgenoten wordt afgebeeld is er eerder sprake van menselijke familieverbanden en zijn belevenissen hebben dan ook een hoge mate van inleefbaarheid.
Bij hommels en libelles -vooral dode beestjes- ontbreekt mij de genegenheid weer wel. We zien bij al die dieren die uit het raam kijken naar een vallend beest en bij die man die een biertje wil pakken bij het schijnsel van de open koelkast beslist ‘allemaal beestjes’. Dat meisje aan de zee met een schepnetje hoor ik zelfs roepen: kijk nou ‘allemaal beestjes’.
Citaat:
“Hoewel de lozingen van giftige stoffen in het merendistrict de laatste twintig jaar sterk zijn teruggebracht, ontdekten wetenschappers tot nog toe onverklaarde verschijnselen bij vissen en andere dieren. Uit vogeleieren kwamen opvallend vaak kleine of helemaal geen kuikens; veel jonge vogels hadden misvormde snavels terwijl poten en ogen ontbraken. Andere vogels verwaarloosden –geheel in strijd met hun normale gedragspatroon- hun nest met jongen...... Steeds bleken de nesten bevolkt te worden door een vrouwenpaar; blijkbaar was er een gebrek aan geďnteresseerde mannetjes. Toen de schaars aanwezige mannelijke vogels nader werden onderzocht, bleek dat hun geslachtsorganen sterk waren vervrouwelijkt”.
Einde citaat.
En kijk nou nog eens naar die twee vissen van Rein. Medelijden overpoelt je bij het zien van deze aangetaste lijfjes op de vloedlijn. Het worden individuen, het lijkt wel een aangespoelde tweeling.
De uil kijkt ons bestraffend aan, de papegaai houdt zijn kaken strak op elkaar, een konijntje zit bang in een hoekje, de haas staat op zijn achterste benen en de hond vraagt bijna smekend of we nu eindelijk een rondje gaan lopen. De hond van Hans die prachtig paarsachtig in tegenlicht -haast religieus omkranst- is geschilderd, kun je toch moeilijk ‘allemaal beestjes’ noemen?
Je kunt het thema natuurlijk verbreden: zijn we niet ‘allemaal beestjes’?
Maar we kunnen behalve naar de voorstelling ook naar de vormgeving kijken: hoe is het getekend, geschilderd, geboetseerd? Met een glas wijn in de hand genieten, je verwonderen en kijken of er iets van jouw gading bijzit, zodat een kunstenaar weer even vooruit kan. Daarvoor leg ik mijzelf graag het zwijgen op. Aaltje zei toch niet voor niks: “Je opening hoeft geen avondvullend programma te zijn”.
Kom op: allemaal beestjes kopen! Een toast op deze expositie die ik met de volgende woorden voor geopend verklaar: “Weet je wat ik zie als ik gedronken heb”?
Dank u!

Theo van Egeraat, Galerie Paterswolde, 23 april 2017

© 2017 theoart | Powered By XSL sites links