theoart
Roden K 38 2016

Roden K 38 2016


Hidden Faces


“Hidden Faces”

opening op 5 februari 2016
Galerie K 38 te Roden

Jelly van den Bosch, Willem Corsius, Peter Dijk, Theo van Egeraat, Arien de Groot, Hans Hage, Jannie Hiskes, Rianne Kooijman, Sonja Leutholff, Fokko Rijkens, Klasiena Soepboer, Peter de Vis, Loes Wouda

Dames en Heren,

Hoe is het mogelijk dat er zoveel nederlandse vertalingen zijn voor dat ene engelse werkwoordje ‘to hide’. Onze overburen moeten uit het zinsverband maar opmaken of er wordt gesproken van bescherming zoeken, verbergen, wegkruipen of verstoppen om er maar een paar te noemen. Achtergehouden, versluierd, verscholen of verheimelijkt zijn ook betekenissen die verstopt kunnen zijn in ‘hidden’.

Gelukkig mogen we ons nu beperken tot hidden faces. Let wel het engelse faces en niet het nederlandse faeces dat in het engels uitgesproken wordt als ‘fi:ci:z’. Je denkt meteen aan een hond: ‘zand erover’. Ik kom daar aan het slot nog op terug.

Hidden Faces is dus een veelzijdige titel en maakt –zeker als uitgangspunt voor een expositie- nieuwsgierig. Maar vaak gaat die nieuwsgierigheid gepaard aan een zeker gevoel van ongemak. Want waarom zou je je gezicht verbergen? Het heeft zo niet iets stiekums dan toch wel iets verrassends.

Als een kind zich achter moeders rok verstopt is er toch telkens de drang om weer te kijken. Als je je voor een kind verbergt achter een deur of een sjaal en kiekeboet (*), dan klinkt het eindeloos ‘nog een keer’. En als iets ingepakt -dus verborgen- is, ben je vooral nieuwsgierig naar dat wat niet te zien is.
Maar Hidden Faces kan ook worden geassocieerd met theater, met een spel. Waarbij zowel de dramatische als de kluchtige verhullingen aan bod kunnen komen.

In alle culturen worden gezichten achter maskers verborgen om verhalen te vertellen. Dan staat niet het verhullen van het gezicht centraal maar het dragen van betekenisvolle beeltenissen.
Zowel de maskers van de commedia del arte uit Venetië als die van rituele dansen in Tibet verwijzen naar historische of gefantaseerde verhalen en personages. De drager neemt de rol aan van een harlekijn, een voorvader, een beschermer, of een indringer (die verjaagd of gedood moet worden).
Jezelf verstoppen of een rol spelen: Batman draagt een masker om zogenaamd zijn anonimiteit te waarborgen terwijl de Joker zijn gruwelijke identiteit juist aan het masker ontleent. Als kind al zag ik dat de maskers van de Zware Jongens en Boris Boef uit de Donald Duck niet veel goeds voorspelden.

Leonardo da Vinci heeft ooit gewezen op de onuitputtelijke bron van beelden -waaronder tronies- die je kunt waarnemen in wolken of in de uitgeslagen plekken op vochtige muren. Ook dat is een mogelijke duiding van Hidden Faces; ergens een gezicht in zien. Het is een afwijking waar we allemaal onder lijden: Pareidolie. Welk stopcontact kijkt het meest boos?

Tekeningen en schilderijen van landschappen waarin gezichten verstopt zitten, worden ook nu nog veelvuldig gemaakt. “Hoeveel gezichten zie je in deze boom?” Letterlijk: Hidden Faces.
Maar ook in de natuur, op het strand, in een verweerd stukje stronk, in een steentje met gaatjes of in een rotspartij willen we graag gezichten herkennen, dat zit nu eenmaal in onze genen.
We kennen allemaal de tekening van de kop van Sigmund Freud waarin een naakte vrouw verstopt zit. Of is het andersom? Zit zijn kop verborgen in een naakte vrouw?

Van Dali is bekend dat hij soms met een dubbel spiegeltje op zijn neus (*) rondliep, zodat hij met zijn linkeroog iets anders zag dan met zijn rechter en op die manier zocht naar vorm- en licht/donker overeenkomsten. Op zijn bekende schilderij ‘De Slavenmarkt’ zien we een groepje mensen dat tegelijkertijd de kop van Voltaire voorstelt. Je kunt ze alleen niet tegelijk zien.

Stel dat je kijkt naar twee portretten aan weerszijde van een kruisje waarop je je blik moet richten. Je hersenen maken daar dan een afschuwelijk lelijk monster, een gedrocht van. Richt je de blik weer op de aparte foto’s, dan zien ze er weer gewoon uit.

Als we om ons heen kijken, nemen we allerlei indrukken van gezichten waar. Dat scannen van gezichten gebeurt in een razend tempo. Die indrukken worden dan weer direct vergeleken met alle koppen uit ons innerlijke beeldbestand dat is opgebouwd gedurende ons hele leven.
We zien niet wat we zien, maar wat we herkennen.
Daarom is het kijken naar Hidden Faces zo fascinerend. Je wilt wat je ziet vergelijken met wat je weet. Maar wat je ziet wordt -deels- verborgen; dus treedt verwarring op. Verwarring die zich kan uiten in luchtige vrolijkheid en humor maar net zo goed in zwaar ongemak en angst.

Als we iets afschuwelijks zien, kunnen we het zonder masker stellen en onze handen gebruiken. Dat doen we als vanzelf. Recente berichten in de krant en op TV leveren ons een schat aan beelden van mensen die hun afschuw uiten door hun handen voor hun gezicht te slaan.

Vrijwel niemand die hier exposeert heeft een link gelegd met recente aanslagen, bivakmutsen, de achter zwarte maskers en in sjaals verborgen gezichten van IS, of met de sluier of niqaab van trouwe moslima’s.

Je kunt natuurlijk je kop in het zand steken, of –waar wel twee exposanten vanuit gaan- iemand de rug toekeren (*).
Geen Hidden Faces bij Jelly van den Bosch maar twee ruggen die in grote kleurige toetsen zijn opgezet.

Er is ook geen glimp van een gezicht te zien in de film ‘Dûns fan de wyn’ (*) van Klasiena Soepboer. De wind speelt met het haar, alsof het een bewegende tekening is waarachter zich iets bevindt dat aan ons oog is onttrokken. De film intrigeert door de vloeiende bewegingen die de natuur veroorzaakt. De film eist dwingend je aandacht op terwijl hij de wind laat spelen met richtingen en ruimte. Het dansante aspekt wordt nog versterkt door de wisselende richtingen waarin de film zelf gedraaid wordt.

‘De dans van de wind’ is een prachtige binnenkomst in de expositie bij K38 die meteen in dezelfde gang poëtisch wordt aangescherpt met drie schilderijtjes van Hans Hage. U als toeschouwer bent medeplichtig aan de werking van de portretjes. Je verbergt je voor een ander, voor een toeschouwer. Zonder beschouwer blijft het een Hidden Face zonder betekenis.
‘Everyone can play evil’ (*) staat er boven een achter-een-masker verborgen gelaat. Tja, je weet het nooit hè, met zo’n masker. Maar het levert wel weer prachtige beeldgedichtjes op.



Met een zelfde soort zachtheid heeft Jannie Hiskes haar beschadigde gezichtjes afgedrukt. Intieme portretjes uit vroeger tijden die door hun voile-achtige verhulling een vermoeden oproepen, dat ik niet precies kan omschrijven. Het heeft, denk ik, iets met aangetaste kwetsbaarheid te maken.

Hardere foto’s zien we van Peter Dijk en Willem Corsius. De eerste (*) met gespiegelde zelfportretten die refereren aan wat ik net vertelde over dubbelbeelden: je ziet óf het een óf het ander! De foto’s zijn blijkbaar gemaakt in museale omgevingen en kenmerken zich doordat telkens een kop met een spiegeling strijdt om aandacht van de beschouwer.
De beide Blind Dates van Willem Corsius (*) dragen behalve de erotische verwijzingen van het japanse vaasje, een buitenproportionele warmgetinte tulband waarin de ogen toch nog schematisch lijken te zijn aangebracht. Of is hier weer sprake van willen zien in plaats van zien?

Op de fotowerken van Sonja Leutholff zijn de gezichten het meest verborgen. In diverse lagen ontnemen achtergronden, bloemmotieven, structuur- en lijnelementen ons daarop het zicht. Het lijken daardoor poëtische abstracties, opgebouwd uit een potpourri van herkenbare stukjes werkelijkheid.

Venetiaanse maskers vormen het uitgangspunt bij Rianne Kooijman en Loes Wouda. In de kleurrijke ruimtes van Rianne lijken de witte maskers te zweven, terwijl ze bij Loes een vaste basis krijgen op een gouden ondergrond. Speelse luchtigheid tegenover de centrale composities van maskers in cirkels van symbolen, die ontleend zijn aan andere culturen. Toch ontstaat door de diagonale plaatsing van de schilderijen ook hier iets zwevends.

Welnee! t’Is maar een masker, zij het onheilspellend,
Al wordt het door een wondere grimas verlicht,
En kijk, hier zie je ook, vertrokken en verbeten,
Haar werkelijke hoofd, het ongeveinsd gezicht,
Verscholen achter wat wij nu een leugen weten.

Baudelaire, Les fleurs du mal

Een wijdse strandscène met bezonnebrilde figuren die ons ruimte en openheid laat, hangt naast een gesloten compositie met een groep dreigend op je afkomende gehelmde motorrijders. De pastels van Arien de Groot geven samen een prachtig beeld van de twee kanten waarmee je Hidden Faces kunt benaderen: licht en k-luchtig of zwaar en intimiderend.

Bij Fokko Rijkens kijken we als buitstaander naar twee voor elkaar verborgen gezichten op een viersprong bij avondrood. Terwijl ze allebei ook zo geschilderd zijn dat wij hun stemming slechts kunnen vermoeden. Het T-shirt op één plek in de broek gestopt, onthult meer over de persoon dan wat we van het gezicht kunnen aflezen en het mobieltje is zo geplaatst dat we vrijuit mogen spreken van Hidden Facebook.

Laten we besluiten met het enige ruimtelijk werk van de tentoonstelling. Peter de Vis heeft een historisch kopje weten te ontfutselen aan de vergetelheid door het in een L-vormig betonnen gevelstuk te plaatsen. Bescheiden went het zijn gezicht af alsof het zich in een hoekje verstopt.

U, dames en heren, wordt nu in de hoek geplaatst van medeplichtigen. Het is aan u om vrijelijk de onthullingen van deze Hidden Faces te verrichten.

In de hoop dat u nieuwsgierig bent geworden naar wat er achter de gezichten schuilgaat die hier verstopt, verborgen, verhuld, bedekt, verscholen, verschuild of versluierd zijn opgehangen, rest mij alleen nog een openingshandeling te verrichten. ‘Ergens een gezicht in zien’ hebben de kunstenaars laten liggen, vandaar dat ik dit smoeltje hier achterlaat.

Theo van Egeraat
Groningen
5 februari 2016

© 2017 theoart | Powered By XSL sites links