theoart
Wildevuur 2015

Wildevuur 2015


René Jansen bij Galerie Wildevuur


“de verwarring” of “de verrassing”
of naar Robbert Dijkgraaf ’kunst: het beste middel tegen blikvernauwing’

opening op 30 augustus 2015
Galerie Wildevuur te Hooghalen

René Jansen

Toen René mij benaderde met het verzoek deze tentoonstelling te openen, heb ik geen moment geaarzeld. Zijn stillevens hebben mij altijd in hoge mate geraakt.
Het stilleven dat ik dagelijks zie, stemt mij telkens weer opgewekt en vrolijk.
Je verdwijnt in de materie en valt in de verlangzaming.
Maar er is al zoveel over gezegd, dat je je afvraagt wat daar nog aan toe te voegen is. Zijn schilderijen tonen een vanzelfsprekendheid waarbij het lijkt alsof ze fluitend zijn ontstaan. Dit in tegenstelling tot het openingswoord dat ik nu tot u ga richten.

Dat een Groninger schilder op 28 augustus zijn atelier ontzet en zijn schilderijen onderbrengt in deze galerie bleek een prachtig begin van een betoog, dat in de kiem werd gesmoord door een telefoontje: ‘ze openen altijd op zondag’. Twee dagen na Bommen Berend. De eerste opzet verdween in de prullenmand.

Ik ken René Jansen voornamelijk als stillevenschilder. Niet dat ik nooit eens iets anders van hem zag. Maar het lijkt wel alsof een eerste confrontatie zich in je nestelt als een vast gegeven.
Als je maar even zoekt op het internet vind je teksten waarin de lofzang wordt gezongen op zijn atelier en stillevens.

“René Jansen ontving een gedegen opleiding aan de Academie Minerva te Groningen en is van alle markten thuis. Toch mag je hem echt wel een stillevenschilder noemen” lees ik in een tekst van Rob Møhlmann uit 2005.
Ik stuit op een film van Herman Tulp waarin René op het steekwoord ‘stilleven’ reageert met: “Stilleven is -denk ik wel- de rode draad in mijn werk; ik maak ook wel andere dingen. Maar stilleven is echt wel mijn ding. Past ook het beste bij me.”

Ook als je zijn atelier bezoekt achter zijn huis aan de vaart in Kiel-Windeweer, denk je vooral: ‘La nature morte ou la place des choses’ [de plaats der dingen)

Het atelier bevindt zich achter in de tuin en meet ongeveer 4,5 x 7,5 meter; het staat al jaren overvol. Boven in de hanebalken staan schilderijen die wachten op een volgend leven, of –ingepakt- wachten op vervoer. Twee wanden met elpee’s en cd’s en aan de noordzijde een groot raam. Bij binnenkomst loop je recht op de oostwand met stillevens af. Ieder ding heeft er zijn plaats.

Op het eerste gezicht is het een klerezooi. Maar als je beter kijkt, of de tijd neemt, of ...... je open stelt, onderga je een symfonie van licht en kleur; het licht strijkt van links langs de wand met voorwerpen; de vormen van posters en kaarten, paneeltjes en kruiden, potten en kalebassen, palten en kurken, pannedoeken en kannetjes, pennenblikjes en stukjes skelet, gedroogde papaver en kommetjes, zijn zo afwisselend dat ze een onuitputtelijke bron van klanken oproepen die lijkt te willen wedijveren met die van de duizenden niet hoorbare klanken op de elpee’s en cd’s die de andere wanden bedekken. Om precies te zijn en dat wil ik vandaag: ‘5876 elpee’s en 2403 cd’s’.

Als ik een stilleven bekijk, bijvoorbeeld in een museum of bij iemand thuis, ontstaat er als vanzelf een stilte, een rust in mijn kop en ik kon mij dus niet voorstellen dat René soms met knetterharde muziek, pop, jazz, klassiek, (maakt me niet uit...) zijn penseel en paletmes hanteert op zijn paneeltjes. Muziek speelt een belangrijke rol in René’s leven. Ik meende hem laatst zelfs in een filmpje op youtube in een bandje, gitaar te zien spelen. Maar het is bij die muziek in zijn atelier net als bij die stillevenwand: er staat zoveel muziek, je ziet zoveel mogelijkheden, dat je je verbaast over het schijnbare gemak waarin hij zijn intuïtie volgt bij het maken van die keuzes.
Ook als je hem ziet schilderen -en Philip noemt hem terecht ‘een schilder’, iemand die van verf houdt- lijken de keuzes voor penseel of paletmes, toets of vlek, lijn of vlak als vanzelf te worden gemaakt. Op beelden waarop je hem ziet schilderen houdt hij het penseel vast alsof het een dirigeerstokje is. Het éne lijkt wel moeiteloos op het andere te volgen met als resultaat een schijnbaar vanzelfsprekend stilleven.
De dichter Willem van Hussem toont hier een glimp van in zijn “zet het blauw’

zet het blauw
van de zee
tegen het
blauw van de
hemel veeg
er het wit
van een zeil
in en de
wind steekt op

‘Stilleven is -denk ik- echt wel mijn ding’

Bijna nonchalante transparante vegen, een met paletmes dingachtiger gemaakte achtergrond; dansende toetsjes spelen naast elkaar een spel van licht en kleur. Het licht is koel en de schaduw warm. De stillevens bevinden zich links of rechts van het raam of ze staan eronder, zodat er altijd sprake is van heldere stukken die soms zeer gedetailleerd zijn weergegeven tegen een duistere onbestemde achtergrond of schaduwpartij. De plaats der dingen oogt intiem. Ook de verf ligt op de belangrijkste –meest in het oog springende- plekken als een ding op het paneel. Nature morte. Stil-leven.

Maar als we nou eens bekijken wat René hier naar Galerie Wildevuur heeft gebracht en welke schilderijen Philip weer met zorg heeft opgehangen, dan is het stilleven toch wel erg onderbedeeld.

Theo opent een lap waarvan het oppervlak zo groot is als alle schilderij formaten bij elkaar. Een rechthoek van ongeveer 1 x 1 meter is het oppervlak aan stillevens.

Ik heb eens gekeken hoeveel geschilderd oppervlak René hier aan de muren heeft laten hangen en hoeveel vierkante meter daarvan wordt ingenomen door stillevens.
Dat ziet u rechtsboven.

Lap van 1.58 breed en 3.16 lang meter = 5,00375 m2. Aan stillevens nog geen vierkante meter, om precies te zijn 0,976 m2.

‘Stilleven is -denk ik- echt wel mijn ding’

Ik had mijn betoogje inclusief bijbehorende lap nog niet klaar of ik krijg een mailtje van Harma, zijn eeuwige steun en toeverlaat. ‘Er vallen twee schilderijen af en er komen twee andere bij, allebei stillevens’.
De angst dat mijn toch wel kunsthistorisch belangwekkende ontdekking ondergraven wordt, grijpt mij bij de keel. Ik sla aan het rekenen en teken er een nieuw oppervlak in.
(>>) 0,58 m2 erbij
Ik zie met mijn eigen ogen dat mijn bewering dat René geen stillevenschilder is, zwakker overkomt maar, .......... nog steeds opgaat.

Over ‘het ding’ in zijn werk heeft René Jansen zich diverse malen uitgelaten. In het kale Groningse landschap hoor ik hem zeggen hoe weinig inspirerend zo’n landschap zonder dingen is.
In Drenthe en op Vlieland vormen plekken wel aanleiding tot schilderijen, waarvan een 12-tal hier aanwezig is. Een hek, een hunnebed, een groepje bomen, en dan ineens het toch bijna dingloze Balloërveld 1.



Kijk, een mooie variatie vlotte grove kwaststreken afwisselen met kleine fijne kleurtoetsjes, dat kan iedereen, maar ze op de goede plek zetten! En dan ook nog schilderen alsof de verf er uit zichzelf op is terechtgekomen. De wolkenlucht is geschilderd alsof ie zo overwaait.

‘Stilleven is -denk ik- echt wel mijn ding’

Een aantal stillevens dat hier nu hangt kenmerkt zich door een vlakke achterwand waar licht, textuur, kleur en vervagende vorm een spannend spel spelen en -net als bij een aantal portretten dat hier hangt- de dingen zowel isoleert als verbindt.

Drie stadsgezichten. Ja, dingen zat, daar in de stad.

De dingigheid zit in zijn materiaal. Of het nou olieverf is, aquarel of potlood, je ziet de nagelaten sporen. Potlood, paletmes of kwast lijken soms achteloos gehanteerd en nauwelijks het vlak aan te raken. Je ziet vage lichtpartijen zoals in de tekening ‘nieuwe zeepjes’; dan weer zie je potloodsporen waarbij je je afvraagt hoe het papier dit in vredesnaam heeft kunnen overleven.

René schrijft ook columns, die je aantreft op facebook maar die je vanaf 2014 ook op zijn website kunt vinden. Prikkelende waarnemingen en reflecties op zijn eigen werk; ingevingen over kunst en kunstenaars, muziek en film. Over buitenschilderen in Drenthe met collega’s op plekken waar hij als kind indiaantje speelde; over toeval en obsessie voor roodharige vrouwen; over de terugkeer van de tekening als eindproduct.


onmogelijke liefde

je houdt me met een stille blik gevangen
en staart me met bevroren ogen aan
betoverd blijf ik zwijgend voor je staan
in twijfel tussen schaamte en verlangen

het lijkt alsof je heim’lijk om me lacht
plezier beleeft aan een hardvochtig spelen
een minnaar die je nooit zal mogen strelen
en die zo kansloos op een teken wacht

je schepper is een kunstenaar geweest
op zijn palet begon jouw eeuwig leven
zijn hand werd kalm bewogen door de Heer

als meester van z’n artistieke geest
hij heeft je zoveel schoonheid meegegeven
mijn teer beminde meisje van Vermeer

Daan de Ligt

Ook René is gegrepen door de ‘Girl with a pearl earring’. Maar dan door Scarlett Johansson in de film, wat hem inspireerde tot de vele schilderijen van ‘Griet’. Het witte kapje dat haar gezicht omsluit lijkt wel een ware obsessie. En wat te denken van de cirkels in de achtergrond van ‘Griet in gedachten’? Gebruikte Rembrandt niet ook een dergelijk motief in een zelfportret, toen hij 59 was?



‘Stilleven is -denk ik- echt wel mijn ding’

In het laatste stukje dat ik van René las op Facebook op 19 augustus is de strekking dat het altijd weer spannend is, zo’n expositie: hoe ziet de kaart eruit? Hoe oogt het werk dat ik voor het eerst zo allemaal bij elkaar zie?
En René besluit met een paar opmerkingen over zijn werk:

“Het stilleven is jarenlang mijn hoofdthema geweest en misschien is het dat nog steeds, maar dan anders. Ook een veld met pompoenen is in zekere zin een stilleven, of gestapelde houtblokken voor de kachel. Zelfs een figuurtje tegen een witgestucte muur kun je als een stilleven zien. In mijn ogen is de hele wereld een stilleven. Die constatering werkte als een bevrijding. Ik kijk om me heen en pak eruit wat me boeit en probeer er het beste van te maken. Zo simpel is het.”

Tja, ‘Stilleven is -denk ik- echt wel zijn ding’

Theo van Egeraat
Groningen
30 augustus 2015


7 portretten 14 landschappen 3 stadsgezichten 9 stillevens

© 2017 theoart | Powered By XSL sites links