theoart

Drachten 2004


“ten voeten uit”

of wel de naakten van Paul Butzelaar in
het Museum Smallingerland
te Drachten 2004


Dames en heren,

U bent hier gekomen om te kijken naar de schilderijen van Paul Butzelaar, ik hoop U slechts kort tegen te kunnen houden.

De laatste weken wekt mijn wekkerradio mij iedere morgen met berichten over naakte lijven en gevoelens van schaamte. In de geschiedenis zijn naaktheid en schaamte altijd nauw met elkaar verbonden geweest. We herinneren ons nog goed hoe we onze schaamstreken niet snel genoeg wisten te bedekken, toen we het paradijs werden uitgejaagd. In de middeleeuwen werden we, bijvoorbeeld als we overspel pleegden, naakt op het marktplein tentoongesteld. Ons naakte lichaam is iets om je voor te schamen. Daarin verschilt de christelijke traditie blijkbaar niet van de islamitische.
Natuurlijk moeten we onderscheid maken tussen naakt en bloot. En dienen we de context waarin het blootzijn zich afspeelt, erbij te betrekken. In alle culturen maken kleren de man, het is dus niet zo verwonderlijk dat er sprake is van schaamte, als je iemand van zijn kleding ontdoet. En het wordt alleen maar erger als ook nog sprake is van macht, dus vernedering.

Ik ben dan ook verheugd straks met u oog in oog te staan met naaktheid van een geheel andere orde. Mocht u toch gevoelens van schaamte ervaren, raad ik u aan niet de schilderijen de schuld te geven, maar bij uzelf te rade te gaan.

In mijn eigen kunst neemt het menselijk lichaam een belangrijke plaats in. Ik werk zelf wel eens met modellen. Naast kunstenaar ben ik tevens docent en vertel onder andere hoe het naakt zich in de kunstgeschiedenis heeft ontwikkeld. Maar wat mij bij deze gelegenheid wel leuk lijkt om te vermelden, is het feit dat ik onlangs zelf model heb gestaan. Ik leid deze expositie daarom bij U in vanuit diverse invalshoeken: vanuit mijn blik op het lijf van de ander, vanuit mijn eigen lijf, en vanuit mijn blik als model, op de schilder.

Zoals U ongetwijfeld weet is het naakt een van de meest voorkomende onderwerpen in de kunst. Om gevoelens van verlangen te kanaliseren en schaamte te omzeilen, bedienen de kunstenaars zich van allerlei trucs. Die trucs zijn bijvoorbeeld: zo houterig schilderen dat er van sexualiteit geen sprake is, het naakt “Venus” noemen, of “godin van het huwelijk”, “badenden” of gewoon “studie naar de natuur”.
Eigenlijk zijn de schilders van Der Brücke de eersten die het naakt uit het gebied van mythologie, religie en allegorie hebben gehaald. In navolging van Nietsches “Leib bin ich ganz und gar, und Nichts ausserdem; und Seele ist nur ein Wort für ein Etwas am Leibe.” droeg het naakte lijf bij hen geen enkele symbolische betekenis; het waren concrete personen, levensgezellen, vriendinnen en modellen in een gezamenlijk leven. De verhouding kunstenaar-model veranderde: kunst en leven waren vermengd.

Ik herken dit element in het werk van Paul

Zijn modellen liggen er gewoon in een natuurlijke eigen houding die, gelet op de contouren, wel een spanning heeft met de omtrek van het schilderij; vaak frontaal alsof ze mij dezelfde vrijheid van kijken gunnen die de kunstenaar ook kreeg of bedongen had. De wereld van model en schilder valt met de werkelijkheid van het doek op een spannende manier samen.

Je verhouding tot het model is uitermate belangrijk. Ik herinner mij van de academie professionele modellen die ik moest tekenen als ware het stillevens: niets dan de vorm. Er waren echter ook modellen die ik niet kón tekenen omdat ik in een continue staat van opwinding verkeerde. Dat zal de reden zijn waarom ik het liefst met vrienden werk die model staan, hangen of liggen. Intimiteit en vertrouwen zijn sleutelbegrippen. Je wilt je model niet schenden.

Ik herken ook dit element in het werk van Paul

Alle modellen lijken zo op hun gemak, een beetje in zichzelf gekeerd, niet gericht op de schilder of zijn doek, hetgeen je misschien zou verwachten als je zo dicht bij elkaar kruipt, dat je elkaar kunt ruiken

Het naakte zelfportret ten voeten uit, of zoals Paul ze noemt ‘zelfnaakten’ komen in de kunstgeschiedenis pas sinds de vorige eeuw voor. Het kwam wel voor dat een kunstenaar zichzelf naakt afbeeldde, maar meestal had dat dan een inhoudelijke betekenis. Je wanhoop uitdrukken bijvoorbeeld, een expressieve houding met grimas aannemen. Of zoals Vincent van Gogh deed, jezelf als Christus in de schoot van Maria plaatsen. De Duitse schilder Dürer was een van de eersten van wie een zelfstandig zelfnaakt is overgebleven. Meestal zie je schilders met palet en kwasten in de hand én een naaktmodel erachter of ernaast. In de jaren zeventig, onder invloed van de fotografie en de daarmee samenhangende performance, hebben vele schilders zichzelf naakt afgebeeld. Bij de Nieuwe Wilden lijkt het niet meer dan een aanleiding om een schilderij te maken. Ik verdenk Paul er ook van dat ie zichzelf gaat schilderen als ie geen model bij de hand heeft: er moet en er zal een schilderij komen.

Dus ook dit element zie ik terug in het werk van Paul

Bovendien schildert hij zichzelf als modèl en niet als schilder, je zult het zien, zijn armen hangen gewoon langs zijn lichaam, maar Paul kijkt wel heel zelfportrettig

In mijn eigen werk komt veelvuldig een cirkel voor van 1 meter 79. Die ronde vorm staat voor mijn begrenzing, zowel lichamelijk als mentaal of zelfs spiritueel. Ik kan niet meer dan ik kan.
Toen ik eens in Zuid-Frankrijk de grot van Pech Merle, die diep onder het aardoppervlak verscholen ligt, bezocht, werd ik geconfronteerd met een groot rotsblok dat als een tafelberg in die grot lag. Als je op dat rotsblok stond was de afstand tot het plafond van de grot net te groot om door een gestrekt mens te worden overbrugd. Bovendien hield de rots eigenlijk precies daar op waar je nog net dacht het plafond te kunnen bereiken.
En precies op die plek had een mensenhand een meander getekend van rode klei. Er was geen sprake van een voorstelling. 10 tot 15.000 jaar geleden had iemand zich op onmenselijke wijze moeten uitrekken om dit te kunnen doen. De kluwe van vingerafdrukslierten, de sporen van de gedroogde klei die door het vochtgehalte in de grot een zekere materiële versheid kreeg, en het tegen de grens aanzitten van de mogelijkheid van zijn lichaam, maakte dat de maker voelbaar aanwezig leek.

Dat element herken ik in het werk van Paul

De grootte van de doeken, de nabijheid van het model waardoor vertekening bijna een gegeven wordt, de sporen die hij trekt in de huid van het linnen
hoe kan ik dit formaat rijmen met de intimiteit van de voorstelling

Het mooiste wat mij kan overkomen is een documentaire over een kunstenaar die aan het werk is. Er ontstaat iets uit zijn handen door de keuzes die je hem ziet maken. Ik ervaar dat als reuze spannend.
Over Picasso, Tapies en Immendorf bestaan prachtige films. Bij Richter zie je het mislukken, hij krijgt niets meer voor elkaar als er iemand bij is. Ook hier is sprake van intimiteit en vertrouwen.
Toen ik begin dit jaar door Paul als mogelijk model werd voorgesteld aan een collega, had ikzelf nog nooit voor iemand anders model gestaan. Afgezien van het idee dat ik in een periode van drie maanden telkens moest staán en mij afvroeg of ik dat wel kon, zag ik best wel op tegen het naakte feit.
Wat is het prachtig om te zien hoe een kunstenaar zijn werk doet, zijn gevecht levert, niet alleen met het materiaal maar ook met het idee. Hoe zijn handen soms dingen doen waar zijn hoofd niet bijkan en hoe zijn handen niet weten wat zijn hoofd nu weer te mekkeren heeft. Hoe oplossingen het ene moment als het ware vanzelf komen en een ander moment maar niet willen verschijnen. Hoe het duo kunstenaar en model ineens te maken krijgt met een derde kracht, het schilderij zelf. De intimiteit die je geneigd bent te projecteren op het model, betreft misschien nog wel meer de kunstenaar. Die staat daar en geeft zich bloot. Het is een voorrecht dat mee te mogen maken.

Dat element herken ik ook in het werk van Paul

In alle naakten die hier hangen lijkt Paul niet aanwezig als schilder.
Je ziet een stuk vloer, wand of atelier en daar middenin op een bed, matras of laken iemand zo groot en van zo dichtbij, maar toch zo ongrijpbaar, het lijkt wel verf, kwaststreek. handgebaar.....
Het is verdomme alsof je tóch de schilder ziet.

Ga zelf maar kijken.



Theo van Egeraat 22 mei 2004

© 2017 theoart | Powered By XSL sites links