theoart

Delfzijl 1999


De Molen
Delfzijl 1999
Paul Butzelaar

Want dit is mijn lichaam, het is nog warm.......

Hoewel u hier bent om naar schilderijen te kijken, beelden dus, plaatjes, is het eerste waarmee u geconfronteerd wordt het woord. Taal is een behoorlijk egocentrisch medium. Want wat er ook gebeurt, er moet ook altijd nog iets gezegd of geschreven worden. Een voorbereiding op wat er nog gaat gebeuren, een kritiek achteraf, een terugblik. Praten bij het kijken, filosoferen, ideeŽn in woorden gieten en uitwisselen. En toch....
Ik liep eens met een vriend te filosoferen in een bos ergens in Overijssel. Het was een zwaar en langzaam somber wordend gesprek over eenzaamheid en hoe we daar mee om gingen. Het gesprek en de wandeling waren al zeker twee uur aan de gang, toen we plotseling oog in oog stonden met een ree. Zoín tien meter verder stond ie dwars op het pad en keek ons aan; zijn adem werd met kracht uit zijn neus geblazen, zoals je wel ziet bij stoomtreinen die op hun fluit blazen, maar soms kringelde de damp ook gewoon uit zín neusgaten naar boven, alsof er bij het ree niet van de spanning sprake was die wij wel voelden. In onze benen, maar ook in onze houding en in elkaars armen die we automatisch hadden gegrepen, toen we het dier vrijwel tegelijk gewaar werden. Wij konden niet veel meer uitbrengen, nadat het ree kalm het bos in was gewandeld en waren de draad van ons gesprek geheel kwijt. Zwijgend hebben we onze tocht voortgezet.
In zijn directheid, als totaalindruk, zal het beeld het altijd winnen van het woord.

Kunst, dames en heren, is aandacht.
Bij Paul Butzelaar richt die aandacht zich op voorstellingen als Zuidfranse landschappen, vrouwelijke naakten en zelfportretten.
Warme landschappen en dorpsgezichten zoals we ze ons van vakanties herinneren. Snel opgezette bijna schetsmatige impressies, zoals Paul ze zelf noemt. En inderdaad lijkt de vorm een onbelangrijk, bijna verwaarloosd beeldelement. In elk geval ondergeschikt aan de sfeer en de kleur die direct en raak de helderheid van het licht, ook in de schaduwpartijen, suggereert. Het omgekeerde van wat normaal plaatsvindt als het licht van de zon de kleuren hun helderheid geeft. Handschriftelijk en schetsmatig, soms zelfs bijna slordig of nonchalant, verleent de ruige toets de werken echter een zeer expressief karakter. Van dichtbij zie je sporen verf, die soms zonder aandacht op het doek lijken te zijn getrokken. Het lijkt wel of ze onbedoeld zijn ontstaan en pas op afstand betekenis krijgen. Ik bedoel betekenis in de vorm van voorstelling want van dichtbij hebben de ruige vegen en toetsen wel een vitaliteit die van verre ook werkt.Meestal heeft een schilderij een plek waar bijvoorbeeld de huid van een plataan in de schaduw of wat geveltjes aan de overkant, een afgewogener indruk geven.

Het vrouwelijk lichaam is in de loop van de kunsthistorie voor vele doeleinden ingezet. Als symbool voor vruchtbaarheid, seksualiteit, duistere machten, schoonheid en velen meer is het ge- en soms ook misbruikt. Schuldig aan de eerste zonde, verleidster, duivelin, beschermvrouwe van intellect en wetenschap, ja zelfs van oorlog, heeft elk van u, dames,
en helse geschiedenis achter de rug.
En waaraan maakt Paul Butzelaar zich schuldig? Welke funktie krijgen zijn vrouwen toebedeeld? Waarom geeft hij op de uitnodiging aan bij de naakten de spanning erin te willen en moeten houden? Welke spanning bedoelt hij eigenlijk? Zou hij het lef dat hij tentoonspreidt in de landschappen niet hebben als hij zijn naakten schildert?

Het menselijk lichaam is in de huidige kunst weer helemaal aanwezig met het hele scala aan symboolfunkties. Met cameraís worden mensen vastgelegd en met computers bewerkt. Extreme poses, extravagante theatrale klonen van wat de mens eens was, we lijken in nieuwe wezens te veranderen. In een kunstmatige lollykleurige wereld zien we gladde lichamen of juist gedrochten, mutatiekoppen, androgyne wezens of kruisingen van mens en dier. Het virtuele kunstmatige lichaam viert hoogtij, de ideeŽn en fantasieŽn over het lichaam staan meer in de belangstelling dan het reŽle, het werkelijke lichaam.

Paul Butzelaar houdt zich bij de realiteit, het individu, en wil grip krijgen op de persoon van het model. Hij noemt de schilderijen net zo graag naakt"portretten".
De figuur lijkt snel en doeltreffend, direct met olieverf en kwast te zijn neergezet.
Soms overleven die eerste schetsmatige lijnen, die rake notaties van sommige details het hele schilderproces. Je kunt ze bijvoorbeeld nog veelvuldig bij voeten zien.
Niets van het proces is weggemoffeld, maar meer dan in de landschappen zijn sommige kwaststreken voorzichtiger neergezet, alsof ze het model niet willen kwetsen.
Paul wil macht hebben over de vormen die hij voor zich ziet. En hij wil niet alleen de uiterlijke kenmerken maar juist iets van het karakter vangen. Dat respect tegenover het model, het geen geweld aan willen doen, en toch de kwast als een wilde machtige heerser over het linnen laten gaan, lijkt mij tegenstrijdig genoeg om krampachtig en star te gaan schilderen. En dat, dames en heren, wil Paul graag vermijden. Naar mijn mening, lukt hem dat behoorlijk goed.

Op de zesde dag, heb ik ergens gelezen, creŽerde God de mens, naar zijn eigen evenbeeld. Hij signeerde als het ware zijn schepping met een beeld van zichzelf.Wij vormen dus met zijn allen het oudste zelfportret. In de geschiedenis zien we dat signeren telkens en in vele vormen opduiken. Dat begint al in de prť-historie, als we op houtskool kauwen tot er een zwart papje is ontstaan waarmee we, de lippen strak gespannen, de hand op een rots gelegd, onze mond als een spuitbus gebruiken om een negatieve afdruk van die hand op de rots te maken: prťhistorische graffity. Een lichaam dat met een speer in de hand een bison te lijf gaat, een blik in de spiegel naar het eigen naakte lichaam, waarop met krijt een cirkel staat getekend, duidend op de plek van de milt waar DŁrer (een Duitse Renaissanceschilder) altijd pijn had. De geschiedenis van het ik zoals we die kunnen zien bij de ouderwordende Rembrandt of bij de vertwijfelde van Gogh.
Zoeken naar je eigen identiteit, ernstige vragen stellen naar de zin of het wezen van de kunst, ideeŽn en verwachtingen verbeelden, de oorsprong van het creatieve stellen tegenover de vraag: wie zit er achter die kop, in dat lichaam, het kan allemaal zijn uitdrukking vinden in het zelfportret. Maar anders dan bij het naakt (de ander), zijn zelfportretten nog naakter. Hier geen ontspannen, losjes zittend, beetje afwezig misschien zelfs wel verveeld model, maar een ingespannen, opmerkzaam, geconcentreerd lichaam. Met een blik, die nog veel intiemer is, omdat je zů alleen aangekeken wordt als je naar jezelf kijkt, in je eentje met je ideeŽn, je twijfels en je vragen.
Maar jezelf schilderen betekent ook dat je terwijl je schildert, zelf model staat en iemand wilt zijn. Het is bijna onmogelijk om jezelf te betrappen, zodat de pose vrijwel onvermijdelijk lijkt. Een houding, een schuine spiegel, een gedraaide kop, een grimas, een spel met lichtrichting en lichtkleur verlenen zelfportretten vaak een theatraal karakter. [gedicht Ed Franck].
En lijkt het hier of Paul Butzelaar zichzelf grauwer afschildert dan zijn modellen? Ziet hij zichzelf alleen in Hollands licht? Of wil hij vasthouden aan datgene wat onvermijdelijk afkalft, sterft? In sommige van zijn naakte zelfportretten lijkt hij objectief te kunnen blijven en zichzelf in zijn waarde te laten. Hoe dat kan? Ik weet het niet, maar misschien kan een herhaalde blik op de schilderijen antwoord geven.

In een tijd waarin snelheid, kunstmatigheid, kortstondigheid hoogtij vieren, richt het werk van Paul Butzelaar zich op echte warme mensen, waarbij geprobeerd wordt ze zo weinig mogelijk aan te tasten en ze in hun eigenheid te treffen. Maar de vormgeving van zijn schilderijen wil niet verbloemen dat het toch getroffen momenten zijn, die even later weer kunnen zijn veranderd.

Ik weet zeker dat het werk van Paul Butzelaar u zal treffen.

Theo van Egeraat 21 februari 1999



Sasja

Sasja,

Wat ik zou willen:
mijn gezicht
in de spiegel zien
op een ogenblik dat ik
niet
op mijn hoede
door de wereld loop,
ik bedoel
op een ogenblik
zo onbewaakt
dat ik eindelijk weet hoe
ik er uitzie.
Eťn keer,
in de badkamer,
was het bijna gelukt maar
de spiegel was
bewasemd.


door Ed Franck
uit de bundel "Als je goed om je heen kijkt zie je dat alles gekleurd is"

© 2017 theoart | Powered By XSL sites links